Invriesmethode Radboudumc behoudt menselijk weefsel voor onderzoek

Radboudumc heeft een nieuwe invriesmethode ontwikkeld met behulp waarvan stukjes menselijk gewrichtskapsel beter kunnen worden bewaard. Dat menselijk weefsel kan vervolgens in plaats van proefdieren worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek.

 

Proefdieren worden normaal gebruikt bij reuma-onderzoek. Onderzoeker Van de Loo vertelt dat vooral de vertaalslag van dier naar mens ingewikkeld is. Dat kan je doen met gehumaniseerde muizen of menselijk materiaal dat soms beschikbaar is na een gewricht vervangende operatie. Met het weefsel dat vrijkomt na de operatie moet je echter vrijwel direct aan de slag. Omdat er op dat moment geen weefsel van andere patiënten beschikbaar is, kan er geen wetenschappelijk vergelijkend onderzoek worden gedaan met een controlegroep. Bij de bestaande invriestechnieken gaat het weefsel dood en is het niet mogelijk de interactie van de cellen te bestuderen.

Nieuwe methode

Bij de nieuwe invriesmethode blijven de cellen wel leven. Dankzij geleidelijke afkoeling is het mogelijk gewrichtsweefsel langere tijd in goede conditie ingevroren te bewaren, zodat het op een later moment bruikbaar is voor wetenschappelijk onderzoek. Dankzij deze nieuwe methode zijn dus minder proefdieren nodig. Onderzoeker Van de Loo hoopt met de nieuwe invriesmethode een bijdrage te leveren aan vermindering van het aantal dierproeven. In principe is de nieuwe methode geschikt voor elk soort humaan weefsel.  Voorlopig beperken de Nijmeegse onderzoekers zich tot synoviaal gewrichtsweefsel.

Internationale biobank

De Nijmeegse wetenschappers wilden achterhalen of Europese collega-reumaonderzoekers interesse hebben in deze invriesmethode en stuurden een enquêteformulier rond naar de betrokkenen van de EULAR Synovitis Study Group. Daaruit blijkt dat er veel interesse bestaat. De geënquêteerden pleiten voor een internationale online biobank, waarin alle gegevens van de ingevroren weefsels opgenomen worden.

De nieuwe invries methode is mede ontwikkeld dankzij subsidie vanuit het ZonMw-programma ‘Meer Kennis met Minder Dieren’.